denombrementnlLa Strada, het steunpunt voor de Brusselse sector voor hulp aan dak- en thuislozen, heeft op 5 november 2018 de vijfde telling van dak- en thuislozen en slecht gehuisveste mensen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gehouden

De telling levert een momentopname op van de situatie zoals die zich op één bepaald moment voordoet in alle 19 gemeenten van de Brusselse agglomeratie tezamen. La Strada heeft de afgelopen een aantal van dit soort tellingen uitgevoerd, waarbij steeds van dezelfde methodologie gebruik wordt gemaakt. De elkaar opvolgende tellingen stellen ons in staat de evolutie van de dak- en thuislozen-populatie in het Brussels Gewest te analyseren. Het is de bedoeling dit verschijnsel beter te doorgronden, om er zo een gepast antwoord op te kunnen geven

 De telling in Brussel wordt georganiseerd door La Strada, het steunpunt voor de Brusselse sector voor hulp aan dak- en thuislozen. Voor deze tellingen wordt samengewerkt met andere organisaties in de sector. Op die wijze is de kwaliteit van de gegevens gegarandeerd, terwijl er bovendien gelegenheid is om ervaringen uit te wisselen.

Methode:

De telling van 2018:

- is gebaseerd op een duidelijk omschreven methode: de internationale ETHOS-typologie (European Typology on Homelessness and Housing Exclusion) zoals die door de FEANTSA (European Federation of National Organisations Working with the Homeless) is ontwikkeld. Die methode heeft aandacht voor zowel kwantitatieve aspecten (aantal dak- of thuisloze personen/mensen in ongeschikte woonruimte) als kwalitatieve factoren (de verscheidenheid van de leefsituaties van deze mensen en de daarmee samenhangende problematiek);

- is op één precies moment uitgevoerd: de verwerkte gegevens zijn allemaal afkomstig van de telling die tijdens de nacht van 5 november 2018 is uitgevoerd;

- en besloeg het gehele grondgebied van het Gewest: het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is onderverdeeld in 71 zones die op 5 november tussen 23h en middernacht door 134 vrijwilligers zijn doorkruist om gegevens te verzamelen.

 

Resultaten:

Er zijn 4187 personen geteld, waarvan 51% daklozen (hetzij op straat verblijvend, hetzij in centra voor noodopvang), 22% thuislozen (ondergebracht in onthaalhuizen of transwoningen van de OCMW) en 25% mensen met ontoereikende huisvesting (kraakpanden, religieuze gemeenschappen, enzovoorts).

759 personen bleken de nacht van 5 november 2018 op straat door te brengen (tegen 707 op 7 november 2016) wat neerkomt op een toename van 7,4% van het aantal in de openbare ruimte getelde personen.

Opvallend is de sterke verhoging stijging van het aantal mensen dat in centra voor nood- en crisisopvang is ondergebracht. Die stijging is het gevolg van de toename van de capaciteit bij dit type opvang. Het aantal bij de Samusocial getelde personen is dan ook met 49,1% gestegen, vergeleken met 2016. En als men het Burgerplatform – dat bij Porte d’Ulysse en via burgeropvang vergelijkbare diensten verzorgt voor (trans)migranten – meetelt, dan bedraagt de stijging van het aantal mensen dat in de centra voor nood- en crisisopvang werd geteld zelfs 293,7 %.

Wat de in onthaalhuizen ondergebrachte mensen betreft: we zien hier een lichte stijging (5,6%) vergeleken met 2016. Het aantal mensen dat in onthaalhuizen verblijft hangt sterk af van het aantal beschikbare plaatsen. Nu is het aanbod hier de afgelopen 10 jaar vrij stabiel gebleven, en de bevolking dus ook. 

Kijken we naar ongeschikte huisvesting (NEOS, kraakpanden, onderhandelde bezettingen, religieuze gemeenschappen), dan zien we bepaalde verschuivingen. Het aantal mensen dat onderdak vindt bij religieuze gemeenschappen of in onderhandelde bezettingen is opnieuw toegenomen (met 40,2%, respectievelijk 21,1%), terwijl de kraakpanden steeds minder mensen huisvesten. Er zijn nog wel kraakpanden, maar de anti-kraakwet heeft ertoe geleid dat de informatie over de bewoners van deze panden minder gemakkelijk naar buiten komt.

Onderliggende factoren:

Dak- en thuisloosheid in Brussel is de weerslag van een veel uitgebreidere problematiek, zoals (moeilijkheden bij de) toegang tot huisvesting, verarming van de middenklasse en minder bedeelde bevolkingslagen en de kwestie migratie. Deze problematiek treft een groot deel van de bevolking, en dan kan het zijn dat kwetsbare personen of mensen die niet op anderen kunnen terugvallen terecht komen in slechte huisvesting dan wel dak- of thuisloos worden.

Bij de toename van dak- en thuisloosheid/slechte huisvesting lijken twee factoren doorslaggevend.

Aan de ene kant is er de economische factor: de toename van het aantal mensen met lage inkomens in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (het aantal mensen met een Leefloon is met 73,4% gestegen), en dat op een moment waarop de toegang tot betaalbare woningen afneemt, zowel in de openbare als in de private sector. Als we ervan uitgaan dat 30% van de inkomsten voor huur opzij moet worden gereserveerd, dan blijkt dat de 10% goedkoopste woonruimte in Brussel voor niet meer dan 52% van de Brusselse bevolking betaalbaar is. We wijzen er verder op dat er in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest slechts 36 117 sociale huurwoningen zijn, terwijl er 48 804 huishoudens op de wachtlijst staan. De druk op de huurmarkt en het gebrek aan goedkope woningen (waaronder inbegrepen sociale woningen) dragen bij tot verarming, en dat geldt vooral – maar niet uitsluitend – voor de toch al kwetsbare bevolkingsgroepen in de Brusselse agglomeratie.

Daar komt de factor migratie nog eens bij. De uitbreiding van de Europese Unie heeft geleid tot een toestroom van mensen uit de nieuwe lidstaten, en helaas vinden niet al deze mensen een stabiele woonomgeving. We zien verder dat er veel andere migranten Belgisch grondgebied binnenkomen, soms met de bedoeling zich daar blijvend te vestigen, soms ook niet – Brussel is voor migranten die het Verenigd Koninkrijk willen bereiken het punt van vertrek geworden.

Download het verslag hier.

Download de grafieken hier.