De Brusselse thuislozenzorgsector is complex en gaat uit van een brede waaier aan diensten en initiatieven in functie van het huisvestingstype van een gevarieerd publiek (er zijn zo’n 70-tal verenigingen). De term “thuisloosheid” omvat een hele reeks maatschappelijke problemen. Het gevarieerd publiek en de verschillende problematieken vragen om allerlei uiteenlopende oplossingen.

Overzicht van de diensten actief in de Brusselse regio:

Nood- en crisisopvang

Noodopvangcentra bieden huisvesting van korte duur op een gerichte wijze in noodgevallen. Hetzelfde geldt voor nacht- of crisisopvangcentra. De gekende “Winteropvang” is een integraal onderdeel van dit soort noodhulpmiddelen.

Opvangdiensten

  • Onthaaltehuizen hebben als hoofddoel thuislozen of mensen in moeilijkheden opvang, begeleiding en huisvesting aan te bieden en dit voor een langere periode.
  • Solidaire woonprojecten
  • Transitwoningen zijn een combinatie van privéwoningen en onthaaltehuizen. Deze woningen worden ter beschikking gesteld van mensen die in moeilijkheden verkeren en die nog niet zelfstandig genoeg zijn om alleen te wonen.

Integratie via huisvesting

  • Begeleid wonen bestaat uit begeleiding bij huisvesting en psychosociale begeleiding aan huis voor onbepaalde duur.
  • Housing First-projecten zijn toegankelijk voor mensen met geestesziektes of verslavingen. Dit individueel huisvestingstype is rechtstreeks toegankelijk vanuit de straat en is voorbehouden voor mensen die veelvoudige problematieke cumuleren en al lange tijd thuisloos zijn. De aangeboden begeleiding is daarom intensief en regelmatig. In het Brussels Gewest zijn er vier instellingen die actief aan dit project werken: Step Forward (Samusocial), Straatverplegers, SMES-B en Diogènes.

Diensten zonder huisvesting

  • Straathoekwerk biedt begeleiding aan mensen die op regelmatige basis op straat wonen. Ze worden ondersteund in hun leefwereld, rekening houdend met hun eigen aanvragen.
  • Dagopvangdiensten zijn gericht op basisbehoeftes zoals voedsel, douches, zorg… Op deze manier kan het doelpubliek bereikt worden en bijkomende psychosociale begeleiding genieten.
  • Dienstverleningen waar mensen tot rust kunnen komen bestaande uit o.a. douches, maaltijden, vestiaires, gezondheidszorg, juridische bijstand aangepast aan de noden van de doelgroepen.
  • Niet-erkende burgerinitiatieven met activiteiten zoals eten en kleding uitdelen. Verder, verblijven er mensen in verschillende kraakpanden. Deze initiatieven pleiten voor het recht op huisvesting en bieden ondersteuning aan sans-papiers.

Psycho-medisch-sociale begeleiding wordt het hele jaar door aangeboden. Noodopvangcentra bieden tijdelijk onderdak en proberen zo het gebrek aan een eigen woning te verzachten, maar het zijn geen duurzame oplossingen voor thuisloosheid. Armoede en toegang tot woning zijn cruciaal in de strijd tegen thuisloosheid. Steeds meer mensen hebben ermee te kampen. Dit sluit aan bij het fenomeen van slechte huisvesting en vereist dat thuisloosheid opgenomen wordt in het huisvestingsbeleid.

In het Brussels Gewest worden de meerderheid van deze diensten erkend en gesubsidieerd door drie bevoegde organen: de Franse, de Vlaamse en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Elk van deze organen functioneert volgens eigen regels.

De problematiek van niet-erkende opvangstructuren (NEOS):

Alhoewel verschillende erkende structuren aangepaste opvang bieden aan mensen in moeilijkheden, ziet een deel van het doelpubliek zich genoodzaakt onderdak te zoeken bij niet-erkende opvangstructuren (NEOS). Het gaat meestal om mensen die rondzwerven of mensen met een “dubbele diagnose”. Volgens cijfers van la Strada uit de telling van 2014, verblijven er 316 personen in NEOS, waaronder 13 kinderen.

Een tiental niet-erkende opvangstructuren in het Brussels Gewest wekten de ongerustheid van verschillende sociale actoren in de sector en gaven aanleiding tot vele vragen en kritieken. De NEOS verzochten de wetgeving om deze problematiek op te nemen in de Ordonnantie betreffende de noodhulp en de inschakeling van daklozen. Het einddoel is om te waken over het gebrek aan ethiek (mercantilisme), de kwaliteit en het professionalisme.